Onze internationale handel versterken

Onze prioriteiten voor de nieuwe regering

De COVID-19 pandemie heeft de economie ernstige schade toegebracht en de beperkingen die de diverse overheden het afgelopen jaar hebben opgelegd, maken het internationale handelsverkeer er alleen maar ingewikkelder op, zelfs binnen het eengemaakte Europa. Stemmen weerklinken luid om internationale productieketens te herzien en opnieuw dichter bij huis te brengen om “strategische” sectoren beter te beschermen. Het internationale vertrouwen is compleet zoek. Voor België, dat een kleine interne afzetmarkt heeft en waarbij internationale handel van levensbelang is, is dit een uitdagende periode die een hypotheek kan leggen op onze toekomst. De ondersteuning van de KMO’s bij hun internationale handelstransacties is daarom van cruciaal belang.

logo Belgian Chambers

GEEN GRENSCONTROLES BINNEN DE EU

Op het hoogtepunt van de pandemie hadden verschillende landen hun grenzen gesloten voor personenverkeer en ook voor het goederenverkeer binnen de EU was de impact van nationale maatregelen vaak onduidelijk. Bovendien hanteerde elk land  zijn eigen regels. In plaats van eenzijdige controles aan de nationale grenzen zou een gecoördineerde aanpak door de lidstaten, met inbegrip van digitale oplossingen, veel efficiënter zijn om de integriteit van de interne markt in een crisissituatie te behouden.

De juiste informatie in landen of regio’s te kennen bleek voor ondernemingen ontzettend moeilijk en tijdrovend omdat de informatie verouderd of niet beschikbaar was. Hierbij kan een centrale databank een oplossing bieden. Verder zouden de lidstaten hun maatregelen moeten coördineren. Zo moeten zij bijv. De gezondheidscontroles erkennen die door andere EU-landen worden uitgevoerd. Idealiter worden de maatregelen in alle lidstaten op elkaar afgestemd of zijn ze zelfs gelijk.

VRIJSTELLINGEN REISVERBOD EN BIJZONDERE MAATREGELEN

In Europa en in sommige andere landen zijn er uitzonderingen op het reisverbod voor inkomende gezondheidswerkers en andere essentiële werknemers. Zo hebben we wereldwijd problemen gezien met bijv. Werknemers in het goederenvervoer, bemanningen van koopvaardijschepen of seizoenarbeiders in de landbouw. Daarom werd het in België, in de landbouw en sommige andere sectoren, toegestaan om buitenlandse werkgevers een langere contractduur aan te bieden maar ook om migranten die daarvoor een werkverbod hadden aan te werven.

Het herstel en de voorbereiding op een nieuwe crisis zou een internationaal systeem moeten omvatten om mensen met een laag gezondheidsrisico opnieuw in staat te stellen veilig toe te treden tot de internationale arbeidsmarkt op basis van hun gezondheidsstatus. Door de crisis is er duidelijk behoefte ontstaan aan een vertrouwd en gestandaardiseerd wereldwijd systeem om deze informatie op een persoonlijke en verifieerbare manier te delen.

WEDERKERIGHEID VAN TIJDELIJKE WERKLOOSHEIDSSTELSELS

Belgische bedrijven die personeel tewerkstellen in Oostenrijk en Duitsland maar daar niet over een juridische vestiging beschikken kunnen geen beroep doen op de tijdelijke werkloosheidsstelsels in die landen hoewel ze er sociale zekerheidsbijdragen hebben betaald. Hun enige opties zijn dus om het personeel in dienst te houden of te ontslaan. Dit terwijl Oostenrijkse en Duitse bedrijven zonder vestiging in België wel een beroep kunnen doen op het Belgische regime van tijdelijke werkloosheid. Dit werd pijnlijk duidelijk tijdens de coronacrisis. Talrijke Belgische bedrijven verkeerden zo in een ongunstige situatie ten opzichte van hun lokale concurrenten. Zolang Europa hier niet tussenkomt en geen gelijk speelveld creëert moet België bilaterale afspraken maken met de betrokken landen om wederkerigheid op dit vlak te bedingen.

VERDERE DIGITALISERING VAN DOUANEPROCEDURES

De COVID-19-pandemie heeft grote verstorende effecten op de toeleveringsketens en ook in de toekomst zal dit nog zo zijn. De enorme logistieke uitdagingen die voortvloeien uit de schommelingen in volume en routeplanning zijn nog verergerd door zowel de invoering van nieuwe douanemaatregelen als de naleving van oude, op papier gebaseerde praktijken die niet passen bij het ‘nieuwe normale’ waarin de Belgische bedrijven nu moeten werken. Vooral KMO’s werden hierbij bijzonder hard getroffen.

Bedrijven moeten daarom kunnen rekenen op een volledig elektronische gegevensuitwisseling bij inklaring en uitklaring van zendingen. Verder moet er ook grondig werk gemaakt worden van een digitalisering van alle douaneprocedures alsook de uitwisseling van gegevens tussen verschillende diensten aan de grenzen die nog niet elektronisch verlopen. Als we onze KMO’s willen redden moeten de regering en de douaneautoriteiten dan ook hoge prioriteit geven aan het aanpakken van de nieuwe uitdagingen op douanegebied, het overnemen van beste praktijken en het nemen van concrete maatregelen die specifiek op kleine ondernemingen zijn gericht.

BESCHERMING VAN DE EUROPESE MARKT TEGEN ILLEGALE E-COMMERCE HANDELSPRAKTIJKEN VAN DERDE LANDEN

E-commerce neemt een steeds belangrijker deel van de verkoop voor zijn rekening. Echter vinden ook heel veel illegale goederen uit derde landen hun weg naar Europa, rechtstreeks of via in Europa geregistreerde e-commerceplatformen. Deze praktijk houdt gezondheids- en veiligheidsrisico in voor Europese consumenten, lijdt tot oneerlijke handelspraktijken voor Europese bedrijven en heeft een ernstige impact op het budget van lidstaten.

Namaak

Nog voor het begin van de COVID-19-pandemie werd in een aantal rapporten een aanzienlijke toename van het volume van namaak vastgesteld: 2,5% van de wereldhandel in 2013 tegenover 3,3% van de wereldhandel in 2016. Deze gegevens zijn nog opvallender omdat de wereldhandel in deze periode is afgenomen[1]. Verder, in het kader van COVID-19, registreerde Red Points, het platform voor merkinformatie, dat de verkoop van nagemaakte gezondheids- en sanitaire producten, persoonlijke beschermingsmiddelen en farmaceutische producten sinds het uitbreken van de crisis sterk is toegenomen.[2] De crisis heeft eens te meer aangetoond dat het huidige wettelijke kader onvolledig is om het toenemende aantal illegale goederen op platforms aan te pakken. Het gebruik van anti-counterfeiting best practices, inclusief het ontwikkelen van duidelijke due diligence procedures, zijn de beste manier om bedrijven te beschermen tegen imitators.

[1] OECD and EUIPO: Trends in Trade in Counterfeit and Pirated Goods (2019)

[2] Laura Urquizi for Fast Company: Counterfeiting is a billion-dollar problem. COVID-19 has made it far worse

Naleving van de reglementaire vereisten

Naast de strijd tegen namaak zijn er ook de goederencontroles aan de grens van de naleving van de reglementaire vereisten, door middel van een samenwerking tussen douaneautoriteiten en markttoezichtautoriteiten op nationaal niveau en over de grenzen heen. Wanneer goederen bij de douane worden aangegeven om ze in het vrije verkeer te brengen zouden deze goederen in overeenstemming moeten zijn met de toepasselijke EU-goederenwetgeving(en). Niet alle douaneprocedures voorzien dit echter. Het is van het allergrootste belang dat de recente EU-verordening inzake markttoezicht en productconformiteit[1] erin slaagt het markttoezicht en de controles aan de buitengrenzen te versterken maar ook een effectieve update biedt van het kader dat moderne toeleveringsketens en onlineverkoop omvat. Dit vraagt zowel sensibilisatie van de bedrijven als een sterke coördinatie van de relevante controle autoriteiten op nationale als op EU niveau. De Belgische bedrijven moeten voldoende geïnformeerd worden over de impact van de nieuwe Verordening (EU) 2019/1020 op hun bedrijf voor producten die onder bepaalde EU-wetgeving vallen. Maar ook over wat de gratis online beschikbaar informatie op het ‘Your Europe’-portaal over productvereisten en -verplichtingen en wat de beloofde richtlijnen, die door de Commissie zullen worden opgesteld, praktisch gezien voor hen zullen betekenen.

[1] Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011

DIGITALE ECONOMIE EN SAMENLEVING

Met het onbetwistbare belang van connectiviteit om elke crisis het hoofd te bieden zijn netwerkdekking, breedband en prijzen meer dan ooit van cruciaal belang voor het herstel en het internationale concurrentievermogen van onze bedrijven. Technologiebeleid zou niet langer een apart beleid moeten zijn maar systematisch moeten worden geïntegreerd in elke ontwikkeling op het gebied van internationaal handelsbeleid.

Dit betekent dat de beschikbaarheid van de meest recente connectiviteits-technologieën, zoals 5G, op de meest pragmatische en efficiënte manier moet worden geïmplementeerd zodat bedrijven het meeste kunnen halen uit hun investeringen in innovatie. De beschikbaarheid, de prestaties en de veiligheid van connectiviteitstechnologieën en ecosystemen moeten verzekerd zijn en een visie op middellange termijn moet vertrouwen geven aan zowel Belgische als buitenlandse investeerders.

ELEKTRONISCHE FACTURATIE

Elektronische facturatie neemt nog steeds toe maar de laatste jaren zit de groei enkel nog in het versturen van PDF-documenten. Een volwaardige elektronische facturatie stagneert echter al enkele jaren en bevindt zich nog op een relatief laag niveau in vergelijking met andere EU landen. Nochtans zijn de besparingen voor de bedrijven aanzienlijk en toont onderzoek aan dat gestructureerde elektronische facturen sneller betaald worden. Het ontbreekt bedrijven, voornamelijk KMO’s, echter aan de juiste incentives om over te schakelen op een elektronisch facturatiesysteem. Een systeem zoals in Frankrijk waarbij de btw pas verschuldigd is op het moment dat de klant een factuur betaalt zou een positieve impact hebben op de liquiditeitspositie van de bedrijven.

België zou in dit kader ook meer aandacht moeten besteden aan het internationaal beleid dat erop gericht is om een kwalitatief hoogwaardige identificatie van rechtspersonen en betrokken partijen te verzekeren. België zou bijv. De internationale implementatie van initiatieven zoals de GLEIF (Global Legal Entity Identifier Foundation) van de Financial Stability Board (FSB) kunnen ondersteunen.