Samen met de Economische Kamer van Oostenrijk (WKÖ), hebben Belgian Chambers en Voka een standpunt geformuleerd over de implementatie van de richtlijn. In een gezamenlijke brief aan de Europese instellingen onderstrepen zij hun steun voor de doelstelling om loonverschillen verder terug te dringen, terwijl zij tegelijk pleiten voor een aanpak die haalbaar, proportioneel en uitvoerbaar blijft voor bedrijven. De organisaties wijzen erop dat de moeizame omzetting van de richtlijn in verschillende lidstaten aantoont hoe complex de nieuwe verplichtingen zijn en dat ondernemingen voldoende tijd nodig hebben om zich hierop voor te bereiden.
De gezamenlijke oproep focust dan ook niet op het afzwakken van de doelstellingen van de richtlijn, maar op het creëren van een werkbaar kader dat bedrijven toelaat om de nieuwe regels correct toe te passen. Daarbij wordt onder meer gepleit voor langere implementatietermijnen, een herziening van bepaalde rapporteringsdrempels en meer aandacht voor de verschillende nationale contexten binnen de Europese Unie.
Volgens de ondertekenaars moet Europese regelgeving bijdragen aan transparantie en gelijke kansen, zonder ondernemingen te overladen met bijkomende administratieve lasten. Zeker voor kleine en middelgrote ondernemingen is het essentieel dat nieuwe verplichtingen proportioneel blijven en voldoende rechtszekerheid bieden. De organisaties benadrukken daarbij dat begeleiding, preventie en samenwerking effectiever zijn dan een systeem dat voornamelijk steunt op sancties.
In een periode waarin Europa inzet op meer concurrentiekracht, innovatie en economische groei, vragen de Belgische en Oostenrijkse werkgeversorganisaties daarom om vereenvoudiging waar mogelijk. Een sterke economie en een eerlijk arbeidsmarktbeleid hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel: duurzame welvaart ontstaat wanneer bedrijven kunnen groeien, investeren en waarde creëren, terwijl werknemers kunnen rekenen op eerlijke kansen en een transparante werkomgeving.